Op basis van artikel 20 van het BBV dient in de begroting aandacht besteed te worden aan de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen zijn alle vormen van aan de arbeidsrelatie verbonden rechten op uitkeringen tijdens of na het dienstverband. Het gaat hierbij dus om normale jaarlijkse arbeidskosten zoals verlofuren, premies en pensioenen.
De jaarlijks terugkerende arbeidskosten met een vergelijkbaar volume zijn verwerkt in de baten en lasten van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030. Voor deze kosten mag op basis van de bepalingen in het BBV geen voorziening worden gevormd (b.v. wettelijke verlofuren die binnen 12 maanden na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd moeten worden opgenomen).
Voor de arbeidskosten gerelateerde toekomstige verplichtingen waarbij geen sprake is van een jaarlijks vergelijkbaar volume (fluctuerende op- afbouw en/of cumulatie) dienen voorzieningen in de balans te worden opgenomen tegen actuele loonwaarde.
Concreet betreft dit voorzieningen voor:
- Pensioenverplichtingen zittende wethouders
- Wachtgeldverplichtingen ex-wethouders (nieuw voor jaar 2027 e.v. jaren)
- Verlofsparen (verplichting vanuit CAO Gemeenten m.i.v. jaar 2022)
- Bovenwettelijk verlof > 72 uur (verlofstuwmeren)
